Vrouwen, zelfbeeld en uiterlijk: hoe objectificatie onze kracht beïnvloedt
- inge vangheluwe

- 17 feb
- 4 minuten om te lezen
“Ik zal voor mezelf opkomen als ik niet meer dik ben.”
Ze zei het bijna terloops.
Dertig jaar werkte ze op dezelfde plek. Dertig jaar slikte ze opmerkingen in. Dertig jaar liet ze over haar grenzen gaan.
En plots kwam het eruit.
“Ik zal voor mezelf opkomen als ik niet meer dik ben.”
Alsof respect afhankelijk is van een kledingmaat.
Alsof waardigheid iets is wat je eerst moet verdienen.
Toen ze dat zei, moest ik denken aan More Than a Body van Lindsay Kite en Lexie Kite.
In dat boek beschrijven zij hoe vrouwen leren zichzelf te zien als object in plaats van als subject. Hoe we niet langer enkel in ons lichaam leven, maar onszelf voortdurend bekijken alsof we op een podium staan.
Ze noemen het self-objectification.
More Than a Body – link naar: https://www.morethanabody.org/
En plots viel het kwartje.
Wat als ze niet wachtte op gewichtsverlies, maar op toestemming om zichzelf weer als subject te ervaren?
Een deel van mij vroeg zich af: is dit uitstel? Is het veiliger om kracht te koppelen aan gewichtsverlies dan aan boosheid?
Maar een ander deel wist ook: vrouwen leren vroeg dat hun lichaam nooit neutraal is.
Dit raakt aan het zelfbeeld van vrouwen en hoe diep dat gevormd wordt door de blik van buitenaf.

Zelfbeeld vrouwen en objectificatie
Onderzoek is hier opvallend helder over.
Studies tonen dat vrouwen sterker beoordeeld worden op aantrekkelijkheid dan mannen — in sociale contexten, in professionele omgevingen, in publieke zichtbaarheid. Bij mannen weegt gedrag of competentie vaker zwaarder; bij vrouwen speelt uiterlijk vaker impliciet mee.
Onderzoek naar beauty bias laat zien dat vrouwen die dichter bij het schoonheidsideaal staan vaker als competenter en succesvoller worden gezien. Afwijking kan leiden tot lagere evaluaties.
Psychologische studies tonen daarnaast dat vrouwen meer last hebben van self-objectification: zichzelf bekijken door de ogen van de ander. Dat constante zelfmonitoren kost mentale energie en beïnvloedt zelfvertrouwen, spreekdurf en leiderschap.
Wanneer een vrouw dus denkt dat haar gewicht invloed heeft op hoe ze behandeld wordt, is dat niet enkel een persoonlijke onzekerheid. Ze beweegt zich in een cultuur waarin uiterlijk reëel meeweegt.
Self-objectification in een cultuur vol vrouwenbeelden
We leven niet alleen in een cultuur van vergelijking, maar in een cultuur van overvloed aan beelden.
In More Than a Body tonen de auteurs hoe die constante stroom van beelden ons brein en zelfbeeld beïnvloedt. Niet alleen via reclame en sociale media, maar ook via pornografie, waar vrouwenlichamen vaak gereduceerd worden tot visuele consumptie.
Wanneer het vrouwelijke lichaam herhaaldelijk als object wordt gepresenteerd, wordt het moeilijk om jezelf nog uitsluitend als subject te ervaren.
Nooit eerder werden vrouwenlichamen zo massaal getoond, gefilterd, geoptimaliseerd en geconsumeerd.
De toegankelijkheid van pornografie speelt daarin een rol. Onderzoek toont aan dat frequente blootstelling aan pornografische beelden samenhangt met sterkere objectiverende attitudes tegenover vrouwen en een verhoogde focus op uiterlijk in plaats van wederkerigheid.
Tegelijk klinkt vaak de uitspraak: “Zo zijn mannen nu eenmaal.”
Alsof vergelijken onvermijdelijk is.
Alsof het geen impact heeft.
Maar wat doet het met een vrouw wanneer haar lichaam zich in een oceaan van andere lichamen bevindt? Wanneer ze voelt dat ze, bewust of onbewust, vergeleken wordt met beelden die zorgvuldig gemonteerd en gefilterd zijn?
Wat doet dat met haar veiligheid?
Met haar seksualiteit?
Met haar gevoel van genoeg zijn?
Veel vrouwen beschrijven twijfel. Spanning. Het gevoel beoordeeld te worden zonder dat er woorden vallen.
Wanneer het vrouwelijke lichaam een voortdurend beschikbaar beeld wordt, wordt het moeilijker om je lichaam te ervaren als een thuis.
Dan wordt het iets dat bekeken wordt, in plaats van bewoond.
En opnieuw verschuift energie.
Van beleven naar controleren.
Van voelen naar vergelijken.
Mijn eigen verhaal van uitstel en zelftwijfel
Dit schrijf ik niet vanop afstand.
Ik heb jarenlang gedacht dat ik eerst anders moest zijn om mijn plaats te mogen innemen.
Ik stelde studies uit.
Ik geloofde dat ik er “waardiger” moest uitzien om daar te zitten.
Ik dacht dat anderen vanzelfsprekend thuishoorden en ik niet.
Ik heb mezelf lelijk gevonden.
En daardoor heb ik mezelf kleiner gemaakt dan nodig.
Ik durfde mijn talenten niet voluit tonen.
Ik dempte mijn stem.
Ik cijferde mezelf weg.
Niet omdat iemand mij tegenhield.
Maar omdat ik mezelf voortdurend bekeek door een denkbeeldige blik.
Dat kost jaren.
En soms ook kansen.
En vaak ook veel geld...
Onderlinge competitie tussen vrouwen: een stille vorm van onderdrukking?
Wanneer waardering gekoppeld wordt aan uiterlijk, ontstaat schaarste.
Er lijkt maar plaats voor een paar “mooie”, een paar “jonge”, een paar “perfecte”.
Dat creëert rivaliteit.
Niet uit slechtheid.
Maar uit conditionering.
Zolang vrouwen hun energie steken in vergelijking, blijft solidariteit kwetsbaar.
Is dat geen geraffineerde vorm van onderdrukking? Niet via wetten, maar via normen die ons van elkaar losmaken.
Wie wint erbij wanneer vrouwen elkaar blijven meten?
Wie verliest er kracht wanneer verbinding uitblijft?
Van vergelijking naar verbinding: de kracht van vrouwencirkels
In mijn vrouwencirkels zie ik iets wat haaks staat op deze dynamiek.
Daar wordt niet gescand.
Niet gerangschikt.
Niet gewogen.
Daar wordt gedeeld.
En wanneer vrouwen delen zonder ranking, gebeurt er iets merkwaardigs.
Schouders zakken.
Adem verdiept.
Stem wordt steviger.
Niet omdat iemand veranderd is.
Maar omdat niemand meer object is.
Misschien begint bevrijding niet bij perfectie.
Maar bij ontmoeting.
Wanneer vrouwen elkaar niet langer als concurrent zien, maar als bondgenoot.
Wanneer het lichaam geen hiërarchie bepaalt.
Wanneer aanwezigheid belangrijker wordt dan verschijning.

Meer dan een lichaam — maar leven we ook zo?
Misschien hoeven we niet eerst te voldoen.
Misschien mogen we beginnen waar we zijn.
In dit lichaam.
In deze relatie.
In deze fase van ons leven.
Misschien is de meest radicale beweging geen verandering van buiten.
Maar het terughalen van energie uit vergelijking.
Als je iets herkent in dit verhaal, weet dan: je bent welkom.
Niet om mooier te worden.
Niet om beter te worden.
Maar om aanwezig te zijn.
Misschien begint kracht daar.
More Than a Body eindigt met een eenvoudige maar radicale uitnodiging: verschuif je aandacht van hoe je eruitziet naar hoe je leeft.
Dat is geen klein gebaar.
Dat is een stille revolutie.



Opmerkingen